Modelverordening Wmo 2015 aangepast
Modelverordening Wmo 2015 aangepast
18-02-2015
De VNG heeft deze week een aangepaste modelverordening Wmo 2015 gepubliceerd en een definitieve versie van het modelbesluit Maatschappelijke ondersteuning 2015. In een brief aan de VNG-leden wordt één en ander toegelicht.
 
Deze Modelverordening dient als houwvast voor gemeenten om zelf Wmo-verordeningen te maken. In artikel 8 (over de criteria voor een maatwerkvoorziening) van de modelverordening is een aangepast, facultatief derde lid ingevoegd met de tekst: "Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie."
 
Gemeenten die deze bepaling in hun verordering opnemen, creëren voor zichzelf de mogelijkheid om 'voorzienbaarheid' mee te laten wegen bij het al dan niet verlenen van een maatwerkvoorziening. Vanwege de noodzaak tot een individuele beoordeling is lid 3 geformuleerd als een ‘kan-bepaling’. Een categorale afwijzingsgrond is volgens de VNG niet mogelijk. Evenmin is een (verkapte) inkomenstoets mogelijk, want een ieder kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening. Inkomen en vermogen kunnen alleen een rol spelen bij de vaststelling van de bijdrage in de kosten (artikel 12 van de modelverordening).
 
De ledenbrief van de VNG merkt op dat het criterium 'voorzienbaarheid' in artikel 8, lid 3 alleen over bepaalde 'oude' taken van de Wmo 2015 gaat, zoals woningaanpassingen. Het gaat om zaken waarop mensen zich binnen hun eigen mogelijkheden kunnen voorbereiden. Gemeenten kunnen de bepaling volgens de VNG niet toepassen in situaties dat een persoon op een gegeven moment begeleiding, dagbesteding of kortdurend verblijf nodig heeft. Dat zijn geen voorzieningen die iemand met 'zijn eigen beslissing' had kunnen vermijden of voorkomen. De brief noemt vervolgens een aantal voorbeelden, met name van woningaanpassingen, waarbij de aanvrager zijn hulpvraag wel redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen.

Terug naar overzicht